DGN Groep _ er is altijd meer

Dossier Financiën

Het behouden van uw rekeningnummer bij het wisselen van bank is nog lang geen feit.

De Consumentenbond en D66-Tweede Kamerlid Koolmees zijn van mening dat het overstappen tussen banken door het behoud van uw rekeningnummer veel gemakkelijk wordt voor consumenten en dus snel ingevoerd moet worden. Koolmees: “Nummerbehoud maakt het de rekeninghouder makkelijker om bij ontevredenheid over hun huidige bank een nieuwe bank te zoeken. De klant komt zo meer centraal te staan, wat de concurrentie tussen banken zal versterken.”

Uit onderzoek blijkt dat ruim 40% van de klanten ontevreden is over de huidige bank maar slechts een klein deel wisselt daadwerkelijk van bank uit angst voor een hoop rompslomp. In 2004 werd de overstapservice al in het leven geroepen. Deze zorgt ervoor dat 13 maanden lang alle incasso’s van het oude naar het nieuwe rekeningnummer worden overgezet. Ondanks deze hulp ervaren mensen het overstappen als een hoop gedoe en moeten ze vaak zelf nog achter allerlei wijzigingen aan.

Het is al jaren mogelijk om je telefoonnummer mee te nemen naar een andere provider, waarom duurt dit bij rekeningnummers dan zo lang? Het behouden van een bankrekeningnummer is een stuk ingewikkelder dan het behouden van een telefoonnummer. Het betaalverkeer verschilt namelijk niet alleen per land maar ook nog per bank. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen de bank- en gironummers in Nederland.

Een aantal jaar geleden is de Single Euro Payments Area (SEPA) opgericht om één Europees betaalsysteem in te voeren. De eerste stap is al gezet; in 2014 krijgen we een langer Europees nummer als tussenstap naar de uniforme Europese rekeningnummers in de toekomst. Het doel is dat in de toekomst iedereen in Europa bij elke willekeurige bank in een rekening kan openen en het betalingsverkeer tussen de verschillende landen sneller verloopt. Een mooi streven zou ik zeggen!

Bent u ontevreden over de service van uw huidige bank?
Op BankenOverzicht.nl kunt u alle banken voor sparen en betalen bekijken en vergelijken. Zo vindt u gemakkelijk de beste creditcard, goedkoopste betaalrekening of hoogste spaarrente!

· · · · · ·

Nederlanders bedrijven maken weinig gebruik van contanten

Ondanks de voorspellingen van Currence wordt bij tweederde van de transacties in Nederland nog cash betaald. Hiermee blijft contant geld het meest gebruikte betaalmiddel onder consumenten. Nederlanderse bedrijven daarentegen maken in vergelijking met andere Europese landen weinig gebruik van contanten. Dit blijkt uit het Cash Report 2011 en een onderzoek van de Europese Centrale Bank (ECB).

Ondanks de groei van het aantal elektronische betalingen blijft ook de hoeveelheid cash stijgen. De ECB verwacht dat de nieuwe betaalmiddelen slechts een beperkte invloed zullen hebben op het gebruik van contanten. Cash heeft als belangrijkste voordelen dat het direct, anoniem (niet te traceren) en niet gevoelig is voor storingen. Vooral bij betalingen onder de €100,- is cash erg populair. Betalen met contant geld kan ook eigenlijk altijd!

In Nederland heeft 40% van de bedrijven helemaal geen inkomsten in contanten. Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van de sector waarin een bedrijf werkzaam is. Zo heeft men in de horeca en detailhandel het meest te maken met contante betalingen terwijl in sectoren als vastgoed en de bouw nauwelijks contanten omgaan. Daarnaast kunt u ervan uitgaan dat bedrijven met een kleinere omzet relatief meer cash ontvangen dan bedrijven met een hogere omzet. Ook bij betalingen maken bedrijven zelden gebruik van cash.

· · · · ·

apr/11

7

Scholieren hebben minder te besteden

Scholieren tussen de 12 en 18 jaar hebben gemiddeld €41,- per maand minder te besteden dan 2 jaar geleden. Dit komt doordat ze minder uren werken maar ook doordat ouders de scholieren minder geld geven. Over het algemeen is de ontwikkeling erg positief: jongeren kunnen beter met geld omgaan en lenen daarbij minder geld dan 2 jaar geleden. Dit blijkt uit het Scholierenonderzoek 2010-2011 van het Nibud.

In 2008 had 48% van de scholieren een bijbaan nu is dat nog maar 42%. De inkomsten van vakantiewerk en een bijbaantje zijn daardoor teruggelopen van €204,- per maand in 2008 naar €142,- dit jaar. Verder ontvangt een scholier gemiddeld €24,- zakgeld. Veruit het meeste geld word uitgegeven aan schoenen en kleding.

Bijdrage ouders
Naast de teruggelopen inkomsten is de bijdrage van ouders in de vorm van kleedgeld of belgeld ook afgenomen. Ouders houden deze uitgaven steeds meer in eigen hand door het voor hun kinderen te betalen. Hier is het Nibud niet blij mee aangezien jongeren zo minder goed met geld leren omgaan. Hierbij gaat het gezegde ‘Jong geleerd, is oud gedaan’ goed op. Hoe eerder jongeren leren omgaan met een vast bestedingsbedrag per maand, hoe beter ze later hun eigen financiën op orde kunnen houden.

Sparen
Van alle scholieren spaart 88%. Eerder deze week werd door het CDA al aangegeven dat sparen onder jongeren meer gestimuleerd moet worden. Het is belangrijk dat ouders zaken als sparen bijbrengen in de opvoeding. Minister Eddy van Hijum is ook van mening dat banken hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen en het sparen voor jongeren aantrekkelijker moeten maken. Het geven van cadeautjes bij het openen van een rekening of het verhogen van de rente op de speciale jongerenrekeningen zouden hierbij moeten helpen.

Internetbankieren
Ook internetbankieren wordt bij jonge scholieren nog vaak door de ouders gedaan in plaats van door de kinderen zelf. Het Nibud vindt dat scholieren vanaf 15 jaar zouden moeten kunnen internetbankieren en dat hun ouders daarbij de begeleidende rol moeten hebben zodat ze een nog met geld om leren gaan.

Op Bankenoverzicht vindt u jongeren rekeningen op een rij. Zorg ervoor dat uw kind goed met geld om leert gaan en open voor hem of haar een spaar– of betaalrekening.

· · · · · ·

Het gaat goed met de Nederlandse economie

Dat het niet goed gaat met de Nederlandse huizenmarkt komt mede door de hypotheekrenteaftrek. Het IMF is van mening dat de aftrek ervoor zorgt dat banken en consumenten te grote financiële risico’s nemen. ‘De hypotheekrenteaftrek heeft de prijzen van huizen opgedreven en zadelt zowel banken als huishoudens op met risico’s die anders niet waren voorgekomen.’ aldus Lorenzo Figliuoli, leider van de IMF-delegatie.

Het IMF adviseert om de financiële voordelen van de aftrek geleidelijk af te bouwen in plaats van hem in een keer af te schaffen. Het zou erg verhelderend werken als er snel een geloofwaardige boodschap wordt gegeven over het hoe en wat rondom deze aftrekpost. Door nu al aan te geven hoe de hypotheekrenteaftrek in de komende jaren zal veranderen wordt er een einde gemaakt aan de onzekerheid en kunnen mensen zich erop instellen.

Het is echter niet de eerste keer dat het IMF zich negatief uit over de hypotheekrenteaftrek in Nederland. Het wordt hoog tijd dat Nederland zich aanpast aan het internationale klimaat en een maximum invoert voor de hypotheekrenteaftrek. Minister De Jager van Financiën reageert hierop: ‘De huizenkoper heeft juist nu behoefte aan rust op de woningmarkt.’ Dit doet het IMF af als een slap excuus. De vorige keren mocht er niet aan de hypotheekrenteaftrek worden gekomen omdat het zo goed ging op de woningmarkt en nu mag het niet omdat dezelfde woningmarkt niet stabiel genoeg is.

Het Internationaal Monetair Fonds gaf verder aan dat het ‘behoorlijk goed’ gaat met de Nederlandse economie in vergelijking met andere landen. Vooral over de lage werkloosheid werd met lof gesproken. De economische groei word de komende twee jaar geschat rond de 1,5 procent.

Er is elke week wel nieuws over nieuwe bezuinigen en regels omtrent hypotheken. Ook de hypotheekrente is daarbij een veel voorkomend onderwerp wat tevens in de verkiezingsstrijd een belangrijk punt van discussie was. Nu blijkt dat deze mooie aftrekpost tegelijkertijd de huizenprijzen opgedreven heeft. Moeten we hier dan wel zo blij mee zijn? Ook geeft het IMF aan dat dit niet de eerste keer is dat ze adviseren de hypotheekrenteaftrek geleidelijk te verminderen. Eerst werd dit advies in de winst geslagen omdat het zo goed gaat met de huizenmarkt en nu het minder gaat wordt het advies ook niet ten harte genomen juist omdat de markt niet stabiel is. Waar ging het mis?

· · · · ·

mrt/11

28

Banksparen of spaarhypotheek?

Na de affaire rond de woekerpolis en de invloed van de economische crisis op de huishoudportemonnee hebben veel mensen behoefte aan financieel veilige producten. Twee veilige producten om uw huis te financieren zijn het relatief ‘nieuwe’ banksparen en de ‘oudere’ spaarhypotheek.

Banksparen
Sinds 2008 is het via banksparen mogelijk om uw huis te financieren. Op een spaarrekening stort u maandelijks geld en met het opgebouwde kapitaal kan aan het eind van de looptijd de hypotheek worden afgelost. Doordat een spaarrekening een eenvoudiger financieel product is dan een hypotheek zijn de kosten lager. Het is daarnaast aan te raden om er een overlijdensrisicoverzekering bij af te sluiten en goed op de voorwaarden te letten, welke bij elke bank weer anders zijn!

Spaarhypotheek
Net als bij banksparen wordt ook bij de spaarhypotheek niet afgelost gedurende de looptijd. U spaart via een levensverzekering voor het aflossen van uw hypotheek. Maandelijks betaald u premie waarvan een gedeelte naar de levensverzekering gaat om te sparen en van het andere gedeelte word de overlijdensrisicoverzekering betaald. Deze is verplicht bij het afsluiten van een spaarhypotheek en zorgt ervoor dat als u of uw partner voor de aflossing overlijdt de hypotheek geheel word afgelost. Bij de verkoop van het huis kan de opbrengst hiervan worden gebruikt voor de aflossing van de hypotheek. Ook tussentijds aflossen is mogelijk bij de spaarhypotheek.

Het grote verschil tussen deze twee financieringsmethode is de overlijdensrisicoverzekering. Bij banksparen is deze niet verplicht maar zeer zeker aan te raden. Het is dan zo dat er een aparte overlijdensrisicoverzekering afgesloten moet worden wat voor extra kosten zorgt. Bij de relatief duurdere spaarhypotheek zitten deze kosten standaard in de premie.

Met nieuwe producten als ‘banksparen’ proberen financiële instellingen nog goedkopere en flexibelere producten aan te bieden. Daar slagen ze slechts gedeeltelijk in, blijkt uit onderzoek van MoneyView. Banksparen is meestal wel goedkoper maar de aflossingsvoorwaarden vallen vaak tegen. Voor meer flexibiliteit kunt u dus nog steeds het beste een spaarhypotheek afsluiten.

· · · · · · ·

<< Nieuwere berichten

Oudere berichten >>

© 2010 DGN Publishers